PIETER DE KIMPE & MARC LAMBERT (TTAS) - GERRIT WALCKIERS (INGENIUM)

hoe het begon

Marc: “Als toneelmeester en productieleider in de theaterwereld zag ik op buitenlandse tournees eind jaren ’90 vaak hoe de cultuurhuizen daar meestal goed gebouwd waren. Daarom wilde ik – out of the blue – met een studiebureau theatertechniek beginnen. In 1998 – ik was dan productieleider bij Arne Sierens – contacteerde Karel Meus mij. Als projectleider bij STUK in Leuven coördineerde hij de verbouwing van het Arenberginstituut tot kunstencentrum, een ontwerp van de Nederlandse architect Willem Jan Neutelings. Hij schakelde mij in om de technieken te ontwerpen, maar ik miste een architecturale blik op het geheel.”

MLA

Pieter: “Ik heb architectuur gestudeerd en had toen samen met mijn vrouw een architectenbureau. Zo kwam Marc mij vinden om voor STUK in Leuven de plannen te maken voor de bouwaanvraag en het uitvoeringsdossier. We werkten ook samen aan het decor voor Ten Oorlog van Blauwe Maandag Compagnie. En hij had de meubels van mijn bureau en mijn trap gebouwd.” (lacht) “Dat was de start van onze samenwerking. Toen we kort daarna de studie voor de Beursschouwburg in Brussel mochten overnemen omdat het oorspronkelijk aangestelde Nederlandse studiebureau halfweg de rit meer centen vroeg, hadden we meteen twee mooie referenties. We noemden onszelf AVT – Adviesbureau Voor Theatertechniek.”

Marc: “Door de jaren heen volgden in Vlaanderen nog heel wat mooie projecten. We deden onder meer de renovatie van de Handelsbeurs in Gent en waren onderaannemers bij de bouw van het Concertgebouw in Brugge (i.s.m. een Duits bureau) en de renovatie van de Opera in Antwerpen. Het waren enerzijds grote architectuurprojecten zoals het Cultuurcentrum in Heist-op-den-Berg, de verbouwing van De Grote Post in Oostende en C-Mine in Genk, vaak wedstrijden die je wint en ontwerpen die in samenwerking met de Vlaams Bouwmeester worden gerealiseerd.

Maar evengoed zijn we trots op renovaties, zoals die van de stadsschouwburgen in Leuven en Kortrijk. Daar is de architectuur niet vernieuwend, maar zorgen we ervoor dat de technische uitrusting in één beweging opnieuw top is en jaren meekan. Ook op kleinere projecten zoals het vrijetijdscentrum in Waasmunster, waar de theaterzaal voor 220 toeschouwers een groot en heel goed uitgerust toneel heeft, kijken we met veel voldoening terug.”

Pieter: “Dat zowel Marc als ik bij het RITCS in Brussel jaren les hebben gegeven aan toekomstige theatertechnici en productieleiders, heeft natuurlijk onze naam en faam geen windeieren gelegd.” (lacht)

PDK

dE STAP NAAR HET BUITENLAND

Pieter: “In 2005 werkten we op vraag van het Roeselaars architectenbureau Buro II mee aan de bouw van het internationaal congrescentrum voor het parlement van de Chinese overheid in de provincie Hangzhou. Het ontwerpteam – met naast het studiebureau voor akoestiek Daidalos ook Ingenium – won die wedstrijd, zodat we verschillende keren in China aan het werk zijn geweest.

In 2013 zijn we dan begonnen aan een groot project in Saint-Nazaire (F), waar we in samenwerking met 51N4E architecten niet enkel het ontwerp maar ook de werfopvolging tot de oplevering hebben verzorgd. De site was in WOII de tweede grootste duikbootbasis van Europa. Liefst 24 duikboten van de nazi’s konden er tegelijk dokken.

Van 1 van die dokken – een bunker van 100 meter lang, 24 meter breed en 9 meter hoog, met een dak van 9 meter dik erop – werd een feestzaal gemaakt. Je kunt je inbeelden dat vocht een groot probleem was in die setting, met insijpeling langs alle kanten. We losten dat op door er een kant-en-klare industriële hal in te schuiven, een ontwerp dat diverse prijzen heeft gewonnen.”

Marc: “Ook samen met 51N4E werkten we in de Albanese hoofdstad Tirana mee aan de omvorming van een hydrografisch instituut tot een kleinkunstcentrum en de restauratie van de opera. Ondanks de heel bescheiden financiële middelen zorgden we ervoor dat beide gebouwen héél goed uitgerust zijn, en aan de Europese standaarden voldoen.”

Het DNA van TTAS

Marc: “TTAS staat voor Theater Technieken Advies en Studie. Dat laatste woord is heel belangrijk, omdat we méér doen dan alleen advies geven. We blijven aan boord tot de oplevering, tot alles klaar is voor de eerste voorstelling.

Niets is vrijblijvend bij ons, omdat we als studiebureau bijvoorbeeld ook de bestekken en de ramingen maken. Ons advies is bovendien ook onafhankelijk, zodat de opdrachtgever de beste keuze kan maken op basis van het budget dat voorhanden is. Om dat budget op te maken, werken wij niet met vierkantemeterprijzen naar analogie van vorige projecten, wat in architectuurprojecten wél vaak gebeurt. We vertrekken van een schematisch ontwerp, zodat we al in een vroeg stadium heel nauwgezet een begroting kunnen opmaken. Zo weet de bouwheer al bij de opmaak van zijn budget wat ons aandeel in het project uiteindelijk effectief zal kosten, zonder pijnlijke verrassingen achteraf.”

Pieter: “De toevoeging ‘Theaterbouw’ bij TTAS is ook niet toevallig. Mijn specialisatie is zichtlijnen. In 9 op de 10 opdrachten ontwerpen we voor de architect de footprint van de zaal. We moeien ons met álles, van de grootte van de loges tot de hoeveelheid toiletten.” (lacht) “Het contact tussen het publiek en de voorstelling – letterlijk de afstand tussen de eerste rij en de voorkant van het toneel – maakt het verschil tussen een goede en een slechte zaal. Alles staat in functie van één simpel principe: dat ook mindere goden met hun stem het einde van de zaal halen. Maar ook een vlotte afhandeling van de voorstelling, en alle technisch materiaal vlot binnen en terug buiten krijgen, is heel belangrijk. We betrekken daarom in elk project ook de zaaltechniekers die het geheel in de praktijk zullen moeten doen draaien.

Een oplossing van bovenaf droppen, zonder dialoog, leidt zeker niet naar de beste oplossing. Voor de architect (m/v) van het project zorgen we dan weer dat hij het beste ontwerp kan maken op basis van onze gegevens, zonder dat hij zélf moet weten wat er vanboven allemaal in zo’n toneeltoren zit. Hij kan op zijn twee oren slapen dat het in orde zal zijn en dat alles zal marcheren.”

Ingenium zorgt voor continuïteit

Pieter: “De overname van TTAS Theaterbouw door Ingenium enkele jaren geleden, is een logische stap. Als prille zestigers vonden we het belangrijk dat de kennis die we in die kwarteeuw hebben opgebouwd niet verloren gaat als wij zullen stoppen.”

Marc: “Bovendien moesten we in het verleden meestal het onderspit delven omdat we maar met twee waren. Nu TTAS Theaterbouw deel uitmaakt van een groot studiebureau kunnen opdrachtgevers op hun beide oren slapen dat de continuïteit van hun project zeker niet in het gedrang zal komen.”

GWA

Gerrit Walckiers: “Ik ben sinds 2016 bij Ingenium aan de slag als projectingenieur met specialisatie elektriciteit. Maar de wereld van muziek en theater heeft al een hele tijd een belangrijke plaats in mijn leven. Als vrijwillige podiumtechnieker bij het kleine Gentse gezelschap Barraca maakte ik kennis met alle facetten van de theatertechniek. En ik was ook al geluidstechnieker op tal van concerten en fuiven. Ik ben dan ook blij dat ik voortaan die interesse bij Ingenium samen met mijn collega Pjotr verder kan uitbouwen. De kruisbestuiving van de expertise van TTAS en die van Ingenium lijkt me ongemeen boeiend. Marc en Pieter zijn absolute keien in hun vak als het op theaterbouw aankomt, terwijl wij voorlopers zijn in technieken zoals hvac. In de toekomst zullen we onze dienstverlening aan de cultuursector dus ongetwijfeld naar een nóg hoger niveau kunnen brengen.”